Hulp nodig bij letselschade verhalen?
Bel vrijblijvend naar 010 - 4677500 voor meer informatie

Hoe zou het dan wel moeten?

Naar onze stellige overtuiging vervalt de No Cure - No Pay overeenkomst, indien het slachtoffer de overeenkomst opzegt. Dit is ook het geval wanneer de belangenbehartiger de overeenkomst opzegt. Ter vereffening van de gemaakte kosten blijft alleen relevant de hoogte van de daadwerkelijk gemaakte kosten en verschotten + BTW, onder verrekening van de reeds op wederpartij verhaalde buitengerechtelijke kosten. Ook in een No Cure - No Pay overeenkomst is er sprake van een opdrachtgever, waarmee afwijkende contractuele, afspraken zijn gemaakt. Eindigt de overeenkomst door opzegging, dan eindigen ook de afwijkend gemaakte contractuele afspraken voor wat betreft de honorering. De opdrachtgever blijft natuurlijk nog wel aansprakelijk voor de daadwerkelijk gemaakte kosten van buitengerechtelijke bijstand.

 

Als echter het slachtoffer zijn verplichtingen tegenover de belangenbehartiger niet nakomt, waardoor de belangenbehartiger zijn taken niet naar behoren kan uitoefenen, geldt voor de belangenbehartiger de hiervoor vermelde keuze tussen een percentage of een uurtarief. Dit geldt ook als het slachtoffer niet akkoord gaat met het behaalde resultaat, terwijl de belangenbehartiger van oordeel is dat het resultaat redelijk is. Ook dan geldt voor de belangenbehartiger de hiervoor vermelde keuze tussen een percentage of uurtarief.

 

Wij zien geen daadwerkelijk verschil tussen be√ęindiging van de overeenkomst door opzegging door het slachtoffer of wanneer het slachtoffer zijn verplichtingen niet nakomt en de belangenbehartiger de overeenkomst opzegt. In beide gevallen blijft het slachtoffer de daadwerkelijk gemaakte kosten minus de reeds verhaalde kosten van buitengerechtelijke bijstand aan de belangenbehartiger verschuldigd.

Er zijn echter ook slachtoffers die niet akkoord gaan met een bereikt resultaat, ook al is dit redelijk, teneinde het verschuldigde percentage uit hoofde van de No Cure - No Pay overeenkomst te ontwijken, wat natuurlijk onredelijk is en in strijd met de goede trouw. Maar zelfs dan is er geen reden om een keuze in te bouwen. Het slachtoffer dat kennelijk ter ontwijking van het verschuldigde percentage niet akkoord gaat met de conceptregeling, zegt feitelijk de overeenkomst op en blijft de daadwerkelijk gemaakte kosten onder aftrek van de verhaalde buitengerechtelijke kosten aan de belangenbehartiger verschuldigd. Indien de niet goede trouw van het slachtoffer kan worden aangetoond, staat het de belangenbehartiger vrij om in zijn overeenkomst met het slachtoffer een winstdervingvergoeding op te nemen.

 

<< vorige pagina